Claud in de wolken

Als het hoofd en het hart beste vriendjes worden.

"God heeft geen religie"

Missie

Hallo! Hoe gaat het met je? Van een heerlijke lentedag gisteren naar een druilerige, natte herfstdag vandaag. Een beetje zoals het leven in z’n geheel met al z’n ups en downs waarbij het een absoluut niet zonder het ander kan. Al was het maar om die heilige balans te behouden.

Op zondag bezin ik me meestal over mijn afgelopen week. Ik wil dan bewust voelen welke indrukken de afgelopen (werk)week op me nagelaten hebben. En wegens dat ik een groot deel van mijn leven als leerkracht op school doorbreng, zijn mijn gedachten dan ook vaak ‘schools’ gekleurd.

De voorbije week was het één van mijn favoriete schoolweken. Het liep deze week erg goed of zelfs wonderwel met de tieners. Vergelijkbaar met de lentedag van gisteren zeg maar. Toegegeven, het geeft een vitamineboost – niet onbelangrijk in tijden van bedreigende virussen, aanslagen en politiek gehakketak - als de vijftig lesminuten als een inspirerend en harmonieus tijdverdrijf verlopen en mijn leerlingen als tevreden ‘broekies’ 😉 het godsdienstlokaal verlaten.

Neem nu afgelopen dinsdag bijvoorbeeld. Voor mij de meest intensieve lesdag van de week omdat ik zomaar liefst negentig hormonenbommetjes mag ontmoeten, nog een middagtoezicht in de refter en een extra achtste lesuur heb. Ik kies er op dinsdag heel bewust voor om vooral positief, actief en expressief les te geven. Ik wil me werkelijk amuseren met het jonge grut. Zinvol en betekenisvol bezig zijn. Uit die positieve ingesteldheid komt doorgaans heel wat moois. Dat mocht ik onlangs met eigen ogen lezen en ervaren toen ik een anonieme bevraging rond mezelf als leerkracht organiseerde in twee klassen. Dadelijk meer hierover.

Maar afijn, ik arriveer dus dinsdag om acht uur ’s morgens in mijn godsdienstlokaal om in alle rust en stilte mijn lokaal voor te bereiden op een nieuwe lesdag. Meteen bij het binnenkomen, overvalt me een gevoel van instant geluk. Op het bord stond namelijk geschreven en getekend: ‘God = ❤’.

Jezus, welke leerling (of leerkracht misschien?) zou nu met zijn of haar volle verstand/hart zoveel moeite hebben gedaan en hier zijn/haar tijd in gestoken hebben? En wanneer was dit dan wel gebeurd? Maandag sluit ik mijn klas af om half vier en nadien is er hier geen les meer. Mysterie alom.

 

 

De hele dag bleef het staan op het bord. Het liefst een week, een maand, een jaar, voor altijd nog! 'God is liefde'

Het was minutieus en met aandacht gedaan. Met lijntjes en fijntjes getekend. Niet zomaar even vlug vlug of een kladje of zo. Wel ja, en dààrvoor blijf ik het dus doen hé: steeds opnieuw verkondigen dat God wel degelijk gelijkstaat met ‘liefde’. ‘Maar mevrouw, ik geloof niet in God!’ En dan uren en uren uitleggen (ja, héél expressief), laten beleven, bezinken, voelen, ervaren, enz. dat ‘liefde’ het enige is wat telt en dat van daaruit alles, werkelijk àlles vertrekt. ‘Maar mevrouw, ik heb helemaal geen lief en wil er ook nog lang geen’! Dus dat. Dus daarom. Dat aartsmoeilijke en kwetsbare vak genaamd ‘godsdienst’ onderwijzen. Of beter: voelen en beleven want je kan deze materie niet enkel doceren. Het is een vak dat uit je hart dient te komen en te groeien door de jaren heen. Vanuit een groen zaadje tot een minuscuul, teer en kwetsbaar plantje tot een ontluikende bloem die er uiteindelijk stààt. Te stralen, te pronken en tevreden stààt te wezen. Bijna elke dag opnieuw. Dat is eigenlijk mijn weg geweest binnen het onderwijs tot nu toe.

Opboksend ook tegen de vooroordelen en de onwetendheid wat het levensbeschouwelijke aspect vandaag de dag nog voor ‘zin’ heeft. God, geloven, naastenliefde, Kerk, respect voor elkaar en alles wat leeft, andere culturen en geloofsovertuigingen zijn slechts enkele pilaren waarover ik het samen met de opgroeiende jeugd – onze toekomst – wil hebben en heb.

En nu niet om de heilige moeder Teresa uit te hangen, maar de jeugd van vandaag staat er wonderwel voor open. Heerlijk onbevlekt ontvankelijk wil ik ze graag noemen omdat ik meer dan eens met hen in een soort van ‘flow’ vertoef. Een cocon waar God, geloven en zingeving de basis van hét gespreks/lesonderwerp vormen. Ze willen echt nog luisteren wat je hierover te zeggen of te tonen hebt. Ze leggen je hierbij koudweg op hun harde, kritische rooster om te weten te komen of je het werkelijk meent wat je wil overbrengen. Of je écht bent. Of het allemaal ‘zin’ heeft die hele levensbeschouwelijke santeboetiek en vooral op welke manier het al dan niet een plaats kan veroveren in hun eigen leventje. Ze zijn bijzonder geïnteresseerd of ik zelf geloof in God/liefde en waarom dan wel en hoe het zich dan in mijn leven uit. Ik ga die dialoog met hen zeker niet uit de weg. Integendeel. Ik lok ze liefdevol uit hun weerbarstige en puberale tenten met alle middelen die ik pedagogisch verantwoord durf te noemen met ‘respect’ als hoofdbestanddeel.

Misschien is het dàt nu net wat mij blijft boeien en bekoren aan het vak en aan deze leeftijdsgroep: dat ik mijn aangeboren spirituele en zingevende interesse met hen kan delen én dat ik zo voor mezelf de bewijzen heb dat ‘liefde’ en dus ‘God’ wel degelijk bestaat. Ik beschouw het ondertussen als mijn missie om godsdienstleerkracht te zijn. Een soort van lichtpunt in hun vaak onduidelijke, verwarrende en zoekende puberleven te mogen zijn. ‘Ja maar mevrouw, gij geeft niet zo godsdienstig les met de Bijbel, Kerk en God en zo.’ Heerlijke uitspraak! Ik indoctrineer niet nee maar in élke les komen voorgaande begrippen verpakt, onverholen en onrechtstreeks maar wel degelijk aan bod. Van daaruit wil ik graag besluiten dat IEDEREEN gelooft. De dag dat je niet meer gelooft, is je leven zinloos en ben je dood. De vraag blijft: in wie of waarin geloof jij?

Die vraag kwam afgelopen week opnieuw meermaals aan bod. Geloof je in jezelf, geloven anderen in jou en in wie of wat geloof jij? Hoe uit zich dat? Een jongen in de klas droeg daarbij ‘toevallig’ een toepasselijke trui met het opschrift ‘Believe in your #selfie’ (Geloof in je-zelf/selfie). Dat zijn dan de hemelse momenten waar ik het allemaal voor doe!

Omdat ik wil blijven groeien (en bloeien) als leerkracht, deed ik onlangs een anonieme bevraging bij twee klassen. Ik koos heel bewust om slechts twee van de tien klassen hiervoor aan te spreken. In de ‘wandelgangen’ wordt dit vrij snel gedeeld en ik wil dat het eerlijk en onbevooroordeeld gebeurt. De andere acht klassen komen binnenkort nog aan de beurt. Met tranen in mijn ogen heb ik het gelezen, laten doordringen en ontvangen. Deze heilige blaadjes hangen hier thuis steevast vlak voor mijn neus op mijn bureau. Op mindere momenten sleuren ze mij erdoor (oh, het onderwijs is toch zo zwaar 😀) en besef ik weer wat mijn ‘missie’ is en dat ik hierin nog jaren zal stààn stralen en groeien.

Klompjes goud? Energiegevers? Liefdevolle schrijfsels? Handvaten? Mijn missie?

Ik heb namelijk nog heel veel geweldige en reuze plannen met mijn honderddrieënvijftig vissen uit de schoolvijver. Laat ik daar nu maar even op verder gaan broeden. Uit liefde 😉

 

Kus X

 

Claud

 

8 maart 2020