Claud in de wolken

Als het hoofd en het hart beste vriendjes worden.

Deel II – Wat je zaait, zal je oogsten

Het moet gezegd dat in die tijd Kriesje het moeilijk had met zichzelf. Allerlei persoonlijke gebeurtenissen zorgden ervoor dat ze in een diepe put belandde. Roze en Angie hadden hier zeker aandacht voor. Ze hielpen haar met (on)gevraagd advies, luisterden naar haar jammerklachten, pepten haar op, deden leuke dingen samen maar Kriesje zat gewoonweg erg diep. Te diep. Roze zag Kriesje op korte tijd veranderen. Toch voelde zij steeds mededogen en empathie. Ze hield van Kriesje. Dit op een manier die geen enkele levende ziel ooit zou begrijpen. Net daarom waren ze ook ‘ziels-verwanten’. Roze en Kriesje hadden samen een mooie en eerlijke vriendschap opgebouwd. Voor Roze was Kriesje een pure parel. Zuiver en echt. Iemand die er werkelijk altijd voor haar was hoe ellendig Kriesje zich dan ook mocht voelen. Kriesje stond er voor Roze. Altijd. Angie daarentegen kreeg steeds meer last van ergernissen tegenover het gedrag van Kriesje. Voor Angie zoog Kriesje alle energie uit haar hele zijn. Soms had Angie genoeg van Kriesjes kuren. Ze liet dan dagen niets van zich horen of zien. Nadien kwam ze toch weer als een geest opdagen en ging de ‘vriendschap’ verder z’n gangetje.

Zoals al eerder vermeld, kon Angie niet echt doordringen in het speciale en pure kringetje dat Roze en Kriesje hadden ontwikkeld. Angie kon zichzelf geen weg banen door de magische vriendschapscirkel die de twee warmbloedige zielen hadden doen geboren worden. Dit zinde Angie niet. Ze bedacht een sluw plan om voorgoed komaf te maken met de schijnbaar onverbrekelijke band die er tussen de twee bestond. Dit zou onmogelijk geweest zijn ware het niet dat Roze zich op een dag als een oester helemaal openstelde voor de heimelijke plannen die Angie zou beramen…

Angie besloot zich uiterst kwetsbaar op te stellen tegenover Roze. Als een teer slachtoffer biechtte ze op dat ze enorm veel last had van de doemdenkerij van Kriesje. Het belemmerde haar leven. Ze voelde zich zo vaak leeggezogen omdat Kriesje geen enkele poging deed om haar leven en gemoedstoestand terug op de rails te krijgen. Was Kriesje wel een echte goeie vriendin voor ons? Maakte ze ons nog gelukkig? Wilden we deze zomer wel echt een ganse week op reis met haar grillen en onverklaarbare donkere buien? Vakantie hoort toch leuk en ontspannend te zijn, niet? Zou dit alles wel mogelijk zijn met Kriesje op dit moment? In eerste instantie schrok Roze van deze opmerkingen en vragen. Zo vijandig had ze Angie nooit gehoord. Dit alles moest ze tot zich laten doordringen. Hier moest ze over nadenken. Opnieuw klonken er irritante bellen in haar hoofd. Heel hard dit keer. Meedogenloos en schel. Roze duwde ze opnieuw weg. Roze dacht na. Kriesje was toch ook bijzonder? Ze wilde toch nog steeds contact met ons ondanks haar depressieve gevoelens? En ze was toch ook zo creatief nog? Content met weinig maar wel met een groot en puur hart? Dit alles bracht ze zo goed en zo kwaad mogelijk over aan Angie. Niet beseffende dat Angie bij Roze een vuil, vies en duivelachtig zaadje had geplant in haar onderbewustzijn. Angie’s eerste zet was waarlijk mislukt. Hierdoor voelde ze zich vanbinnen nog venijniger worden. Hoe kon ze die magische twee scheiden? Hoe kon ze doordringen in zielenland zodat zij definitief komaf kon maken met haar eigen groene monster dat ‘Jaloezie’ heet. Diep verborgen in de krochten van haar eigen zielenwezen.

Nadat Roze meer begon te letten op het gedrag van Kriesje viel het haar op dat Angie eigenlijk geen ongelijk had. Roze moest toegeven dat ze het ook wel eens ervaarde dat Kriesje haar leegzoog als een spons. Alsof alle energie wegvloeide en ze de rest van de dag eigenlijk moedeloos rondliep. Roze piekerde ook vaak over het leven van Kriesje en hoe zij haar eventueel nog beter kon helpen met alles wat voor Kriesje zo immens zwaar leek te zijn. Soms was Roze meer bezig met het wel en wee van Kriesje dan met haar eigen leven en haar gezin, werk of hobby’s. Roze betrapte zichzelf erop dat ze Kriesje soms ontweek omdat ze er nu even geen zin in had. ‘Dat ze het zo druk had’, gebruikte ze weleens als excuus om niet meegesleurd te worden in de negatieve energie. Roze voelde zich er hoe langer hoe minder schuldig over dat er dagen waren dat ze Kriesje liever niet wilde horen of zien.

Zo werd het kwaadaardig geplante zaadje stilaan een heus akelig plantje dat goed begon te groeien. Opvallend hierbij was dat Roze steeds meer contact zocht met Angie. Ze begon Angie echt sympathiek te vinden. Een volwassen en intelligente vrouw met een mooi en gelukkig gezin net zoals bij Roze. Angie gaf wel duidelijk haar grenzen aan en had niet alle tijd van de wereld voor Roze. Daar was ze vaak heel duidelijk in. Maar als ze samen met Angie iets ondernam, was de kwaliteit van het samenzijn meer dan oké. Soms gooide Angie al eens een lijntje uit om te vissen naar hoe Roze ondertussen dacht over Kriesje. Roze voelde zich hier meestal ongemakkelijk bij want er bestond een grote loyaliteit naar Kriesje toe. Als Angie dan een aantal voorbeelden uit de kast trok, kon het gebeuren dat Roze in dezelfde flow kwam en zichzelf afvroeg waarom zij die negatieve gevoelens niet had en Angie wel. Was zij dan blind en naïef voor de echte Kriesje? Tolereerde zij teveel en liet ze al haar kostbare tijd en energie dan zomaar wegkapen door de pessimistische Kriesje? Waarom eigenlijk? Waarom wilde zij zo graag het leven van Kriesje ombuigen? Moest Kriesje niet zelf zorgen dat het beter met haar zou gaan?

In deze sfeer verliep het een hele tijd tussen de drie ‘vriendinnen’. Tot Angie op een dag met een geweldig goed voorstel kwam: de confrontatie. Angie stelde voor dat zij en Roze hun neerslachtige soulsister zouden gaan confronteren met de gevoelens die ze beiden tegenover haar hadden opgebouwd de laatste maanden. Dat het niet meer leuk was en dat zij zich afvroegen wat de vriendschap nog echt betekende tussen de drie. Dat de geplande vakantie met hun drieën vooral ontspannend en dolletjes diende te worden maar dat ze misschien de hele boel best zouden annuleren omwille van de problemen en zorgen die Kriesje de laatste tijd had. Angie was heel duidelijk dat zij en Roze het niet meer konden ‘dragen’: deze ingewikkelde en zwaarmoedige vriendschap. Kriesjes gezicht, haar houding en heel haar ‘zijn’ zou Roze nooit meer vergeten na deze bijzonder zure confrontatie. Dat beeld zou eeuwig in Rozes geheugen gebeiteld blijven staan. Kriesje voelde de grond onder zich wegzakken. Ze leek terecht te zijn gekomen in een of andere verdorven nachtmerrie. Het bloed trok weg uit haar gezicht dat zo wit werd als het spook dat zij in haar gedachten zag verschijnen. Volledig van de kaart was Kriesje. Verlamd van het schrikken en het zien van het spook. Het bleef na deze confrontatie een hele tijd ongemakkelijk stil. Roze had niet veel gezegd. Ja, misschien herhaalde zij op haar manier hetgeen Angie had verduidelijkt. Met andere woorden en klemtonen maar het kwam allemaal op hetzelfde neer: Kriesje moest veranderen of de vriendschap zou stoppen. Het gelukzalige schip waarop de drie heilige vriendinnen hun toevlucht hadden genomen zou gaan kapseizen en daarna zinken. De ziel was eruit. De duivel had zijn werk gedaan. Het groene monster kon gaan feestvieren omdat het gewonnen had.

Weken passeerden zonder enig contact met Kriesje. Angie en Roze daarentegen hadden prettige momenten samen. Elke uitstap, gesprek, chat-mail- of skypesessie ging voor een groot stuk over het gebeuren met Kriesje. Ze bleven alles wat er de laatste maanden gezegd of gebeurd was tot in het absurde analyseren en expliqueren. Het onderwerp ‘Kriesje’ vormde de lijm tussen de twee ontrouwe zielen. Roze stond helemaal aan Angie’s kant en begreep eigenlijk niet meer goed wat zij ooit gezien of gevoeld had in Kriesje. Had zij hun vriendschap over-geromantiseerd? Had ze zich laten meedrijven door compassie of mededogen? Hoe kon zij zich zo vergist hebben in Kriesje?

Maandenlang ging het op deze manier verder tussen Angie en Roze. De band maar ook het eerder genoemde, misselijk makende en duivelse plantje werd groter en sterker. Het zaadje werd een plantje en het plantje werd een stekelige, ploertige en stinkende plant. Roze werd zand in de ogen gestrooid en was daardoor stekeblind. De eerder gehoorde toeters en bellen waren zelf zo beschaamd dat Roze gehoorgestoord was geweest voor hun schreeuwerige signalen dat zij zich oorverdovend stil hielden. Ze hadden genoeg moeite gedaan om Roze te verwittigen. Hun motto was nu: wie niet horen wil, zal moeten voelen. En jammer genoeg kregen ze meer dan gelijk.

"Het zaadje werd een plantje en het plantje werd een stekelige, ploertige en stinkende plant"