Claud in de wolken

Als het hoofd en het hart beste vriendjes worden.

DRIE WIJZE VROUWEN

Als klein meisje was ik dol op sprookjes. Elke avond voor het slapengaan moest er dan ook verteld of voorgelezen worden. Mijn paps maakte er de gewoonte van om verschillende sprookjes in de blender te steken en er een eigen verhaaltje van te maken. Zo trouwde één van de zeven reuzen met de grootmoeder van Roodkapje. Samen kregen ze muisjes van kindertjes die het liefst de hele dag op glazen muiltjes rond paradeerden. Of werd de grote boze wolf plots de lieftallige prins die Grietje wakker kuste nadat hij een hele nacht opgesloten had gezeten in het dichtgemetselde stenen huisje van één van de drie biggetjes. Hilarische taferelen waren dat! Zo begreep ik al heel jong dat je met je fantasie alle kanten op kon omdat er in je eigen verzonnen wereld werkelijk alles mogelijk was.

Als jong meisje zocht ik mijn toevlucht in boeken waarin ik kon wegdromen. Waar mijn weerbarstige en flipflappende hormonen geen kans kregen om mij hoorndol te maken. Ik las geen zeemzoeterige romannetjes maar wel verhalen waarin personages werkelijk tot leven kwamen. Yvonne Keuls, Thea Beckman, Roald Dahl en vele andere steengoede jeugdboekenschrijvers hebben mijn jonge meisjesleven gekleurd. Met het boek ‘Christiane F’ on top. ‘Verslag van een junkie’ deed me als tienermeisje beseffen en besluiten dat ik nooit ofte nimmer met eender welke vorm van drugs zou experimenteren.

In zulke boeken kon ik elke gewaarwording haarfijn voelen alsof het in mezelf plaatsvond. Plaatsen en gebeurtenissen die tot in detail en met lyrische en poëtische woorden werden beschreven. Ik waande me tijdens het lezen op de plekken waar het allemaal gebeurde. Als een vrije, ronddwalende en nieuwsgierige geest. Vaak las ik avonturen die me tot tranen toe konden beroeren van opluchting, geluk of ook verdriet. Ik had al vroeg begrepen dat boeken mij diep gelukkig konden maken. Dat ik ze soms als therapie beschouwde om de realiteit te ontvluchten. Of als hulpmiddel om vervelende ervaringen te verwerken. Als troost ook. In mijn eigen tienermeisjescocon.

Het interessante aan lezen, is dat ik de toeschouwer ben. Er heel gewoon ‘zijn’. Zelf schrijven zorgt ervoor dat ik geheel naar eigen believen het verhaal kan kneden en vormen zoals ik wil. Ik ben de regisseur van het verhaal en wil iets vertellen. Iedereen die het schrijfsel plukt, zal dus de moeite doen om het helemaal uit te lezen. Tenminste, als je erin weggezogen wordt zoals ik zelf volledig in beslag genomen kan zijn door mijn zelf gekozen leesvoer. Van alles wat ik ooit schreef, zat er een stukje van mezelf in verwerkt. Vaak verpakt in een zelfverzonnen verhaal en bij momenten goed verborgen in de details.

Graag wil ik mijn eigen driedelige sprookje ‘Drie wijze vrouwen’ met eindconclusie delen met jou als ‘plukkende’ lezer. Omdat het enerzijds waargebeurd en anderzijds enkel een sprookje is met een duidelijke moraal.

De personages uit dit sprookje worden vergeleken met drie bijzondere edelstenen en hun magische, krachtige werking. Dit omwille van de duidelijke parallel met deze ‘Drie wijze vrouwen’.

Let wel: deel II, deel III en de conclusie zijn verdeeld in subpagina’s onder de blog ‘Drie wijze vrouwen’.

Veel leesplezier!

Deel I – Niets is wat het lijkt

“Er was eens een meisje met de bloemrijke naam ‘Roze’. Ze was gevoelig van aard. Geen ware schoonheid maar ze bezat een uitstraling waar menig andere deerne stikjaloers op kon zijn. Als ze je aankeek met haar heldergroene ogen voelde het alsof ze je ziel zachtjes aanraakte. Alsof ze dwars door je heen keek en wist wat er in je omging. Ze leek altijd te beschikken over een vreemd soort energie. Een en al mysterie, dat was Roze bovenal.

Zoals in die tijd de gewoonste zaak van de wereld was, hield zij zich bij momenten ook lustig bezig in de imaginaire wereld. Op computer. Internet was een uitvinding die haar al veel geluk maar ook miserie had opgeleverd. Ze werd lid van een community speciaal voor gevoelige zieltjes. Vaak las zij er het wel en wee van medezielen. Soms formuleerde zij ook een antwoord als er wanhopige vragen werden gesteld maar meestal was zij enkel toeschouwer. Ze voelde de leden scherp aan. Ze kon zich ook voorstellingen maken hoe deze mensen leefden en hoe ze in het leven stonden. Het werden haar virtuele ‘vrienden’.

Op een avond vond ze dat het tijd werd om haar eigen probleem uit de doeken te doen. Niet tot in detail maar wel zodanig dat degenen die het moesten begrijpen, het ook perfect konden en zouden aanvoelen. Eén van de reacties die haar direct in het oog sprong, was van een zekere Kriesje. Haar manier van schrijven, gaf Roze een warm en vertrouwd gevoel. Tot haar verbazing sprak deze Kriesje haar privé aan. Roze reageerde en kreeg meteen een antwoord terug. Zo ontstond er een gesprek dat tot diep in de nacht doorging. De volgende avond ging het verder en zo elke avond opnieuw. Roze en Kriesje hadden beiden het idee dat hun contact ànders was. Dieper dan ze tot nu toe hadden ervaren met andere gevoelige zielen. Het was alsof ze elkaar al jaren kenden.

Al gauw ontmoetten ze mekaar ook in het echte leven. Ze ontdekten dat ze veel gemeenschappelijke interesses hadden maar anderzijds ook totaal verschillend waren. Beiden hadden ze artistieke ambities. Kriesje tekende als de besten en was een ware krak in dichten. Roze voelde zich verbonden met de wereld van kleuren en hun betekenissen en hield van styling en decoreren. Verder hadden zij allebei iets met het onderwijs te maken. Roze moest eerlijk bekennen dat zij zich voor het allereerst in haar leven echt ‘gezien’ voelde door een vriendin. Kriesje, op haar beurt, begon zich waarlijk te hechten aan Roze. Er ging geen dag voorbij of de twee gevoelige zieltjes hadden op een of andere manier contact met elkaar.

Roze was gelukkig getrouwd en mama van twee prachtige tienerdochters. Kriesje was vrijgezel en kwam openlijk uit de kast als lesbisch zijnde. Voor Roze vormde dit geen enkel probleem. Integendeel, Kriesje was voor haar de meest betrokken en pure vriendin die ze ooit had gekend. Het leven was goed en mooi. De vriendschap floreerde door urenlange babbels, onstuimige lachbuien maar ook ellelange luistersessies van klaaggezangen of gesprekken over vroegere ervaringen en herinneringen.

Angie kwam op het toneel toen Roze en Kriesje samen een voorstelling bijwoonden over een excentriek onderwijssysteem. Uit pure nieuwsgierigheid hadden ze zich voor deze mysterieuze avond ingeschreven. Angie en Kriesje kenden mekaar vaag via een ander netwerk. Roze werd door Kriesje voorgesteld aan Angie. Omdat Roze geboren was met een ingebouwd alarmsysteem gingen bij haar meteen na het eerste contact met Angie alle toeters en bellen oorverdovend loeien in haar hele gevoelige systeem. Gevaar! Opgelet! Kind, maak dat je wegkomt hier! De triestige waarheid van die avond vertelt dat Roze werkelijk op een ‘roze wolk’ vertoefde. Ergens voelde zij zich als een rebel. Vrijgevochten en onoverwinnelijk. Samen met Kriesje kon ze de wereld aan. Welk gespuis in haar hoofd had het toch zo moeilijk met Angie? Ach, ze lijkt zo aardig.

Angie daarentegen werd als een magneet naar de twee verwante zielen toegezogen. Zij vond het fijn in hun magische energie te zwemmen. Voor Angie werd het een uitdaging om deze magie te kunnen begrijpen. Ze wilde er ook deel van uitmaken al bemerkte zij dat Roze en Kriesje erg close waren. Vreemd verbonden. Maar in een vijver is er plaats voor elke vis dus waarom geen kansje wagen?

Mettertijd werden Roze, Kriesje en Angie een vriendinnenclubje. Af en toe werd er in Rozes hoofd nog wel eens een sullig waarschuwinkje afgeschoten maar daar had Roze al lang geen aandacht meer voor. De drie vriendinnen kon je vergelijken met de Heilige Drievuldigheid zo hecht en spiritueel. Zogenaamde zielsverwanten. Koninginnen van hun eigen bijzondere ‘Rijk der Vrouwen’.

"Als twee magische edelstenen vechten om een steen, loopt de derde ermee heen"