Claud in de wolken

Als het hoofd en het hart beste vriendjes worden.

GEZONDE TEMPEL

Het klonk als een resem oerkreten zoals een gorilla het mogelijkerwijze zou uiten. De geluiden kwamen van diep in de keelholte en herhaalden zich meerdere malen. In eerste instantie dacht ik aan uitingen van acute pijn of overbelasting. Toen zag ik een beeld voor me van een prehistorisch tentenkamp tijdens de bronstijd waar mannen rondrenden en met mekaar wedijverden om het grootste dier te kunnen doden. Zij communiceerden namelijk ook met oerkreten en dierlijke geluiden (of zoiets toch?). Weggetrokken uit mijn fantasie speurde ik de fitnesszaal af wie zich zo vrij en zonder enige gêne durfde te laten gaan. Wie was hier degene die bewegingen niet enkel via het lichaam voelde maar dit ook via de stem wilde tentoonstellen? Ik hoorde echter niks meer en tot mijn spijt zag ik ook geen enkele fitte kerel – overtuigd dat het zeker een viriele man zou zijn – die het beest in zichzelf uit z’n hokje durfde te laten komen. Ik voelde me verder wat ambetant omdat mijn eigen reeksje op m’n lievelingstoestel onderbroken was geweest. Soit, àls ik al van ‘lievelingstoestellen’ kan spreken! Van kleins af heb ik de pest aan alle soorten van sport. Ik heb best veel geprobeerd: turnen, (rol)schaatsen, steltlopen, hinkelen, tennis, jogging, hardlopen, (step)aerobics, jazzballet, inline-skaten, wandelen, fietsen,… Om er slechts een paar van de hele reutemeteut te noemen, maar niks van dit alles kon me bekoren om het ook werkelijk vol te houden. Om de liefde voor deze bewegingsactiviteiten te kunnen blijven voelen. Volgens mij zijn er gewoonweg twee soorten mensen: zij die graag sporten en zij die dit niet graag doen. Ik behoor sinds vorig jaar oktober tot nog een derde soort: zij die ‘soms’ graag sporten. Ik ben best fier op mezelf dat ik dus al TIEN maanden elke week flink een aantal keren kies om me weer eens te gaan afmatten. Telkens als ik vind dat de tijd om intensief te gaan bewegen weer aangebroken is, heb ik totaal geen zin. Meesteres in het verzinnen van excuses om toch maar niet te hoeven gaan. Ja, dat ben ik! Maar, mijn heil heb ik nu dus ‘soms’ gevonden in de fitnesszaal. Nooit gedacht en al helemaal niet verwacht dat ik me geborgen en gelukkig zou gaan voelen in deze minimaatschappij van mensen die zichzelf graag in de spiegel zien bewegen met zware halters, trek- en elastiektoestanden of op toestellen heel speciaal ontworpen om een sixpack te bekomen. Of die puffend, hijgend en vooral zwetend op de loopband hun kilometers vreten. Wel, in alle eerlijkheid: ook deze sport doe ik helemaal niet vanuit mijn hart. Het fitnessen doe ik vooral omdat mijn verstand me vorig jaar via een wetenschappelijk artikel liet weten dat het ‘tijd’ is. TIJD om in gang te schieten!

Het zit namelijk zo: ik verblijf al een poosje op tram vier. De menopauze loert gewillig om de hoek en in de spiegel zie ik ook heus wel dat ik geen jonge deerne van vijfentwintig meer ben. Op zich stoort me dit alles niet. Ik heb absoluut geen probleem met mijn leeftijd omdat er ook tal van voordelen aan verbonden zijn. Ik blijf volhouden en beweren dat ik na mijn veertigste meer rust en vrede vond in mezelf en in de wereld om me heen. Het probleem zit ‘m in het bewegen. Iets waar ik dus een soort van hekel aan heb. Zeker als het om sporten in zijn totaliteit gaat met alles erop en eraan. Niet even een eindje gaan wandelen met al likkend een ijsje in je hand. Nee, het harde werk: all the way to hell.

Tussen je veertigste en zestigste levensjaar (en hoe zit het daarna dan trouwens? Of doet het er dan niet meer toe?) is het van kapitaal belang om regelmatig en liefst dagelijks je portie lichamelijke activiteit te hebben. Dit omdat je stofwisseling trager wordt, je spiermassa neemt geweldig af – maar liefst zeven kilo spiermassaverlies als je kiest om luilekker te gaan bankhangen of wortel blijft schieten op je bureautje of stoel! – en de stevigheid van je huid neemt ook af. Rimpeltjes hebben mijns inziens iets charmants en ik heb ook helemaal niet meer de ambitie om er als een super strakke en atletische hinde bij te moeten lopen. Die tijd is (gelukkig) gepasseerd, maar het is nu ook weer niet zo dat ik de komende jaren als een plumpudding door het leven wil. Ik las ooit dat je lichaam, je tempel hoort te zijn en dat je er dus best zorg voor draagt. Wel, op aanraden van dit geweldige wetenschappelijke artikel én van zoonlief, die ook intens aan fitness doet, ben ik onder andere aan krachttraining beginnen doen. Goed voor de ondersteuning van de rug, bescherming van botten en gewrichten, verbranding van vetten en suikers en bepaalde eiwitten die in je spieren worden opgeslagen. Top toch? Dàt is voor mij de enige aannemelijke reden om het dus te blijven volhouden, dat sporten.

Als het meezit, gebeurt er dan nog eens iets in zo’n sportschool waardoor het bewegen ‘soms’ vermakelijk kan zijn. Zoals met ‘Daan’, de dierengeluidenman. Ik noem hem zo sinds ik hem toch nog spotte die dag in het fitnesscentrum. In mijn beleving past de verzonnen naam ‘Daan’ bij zijn verschijning: groot en fors gebouwd als een betrouwbare kathedraal en gezegend met een uniek stel gespierde bovenbenen, smalle taille - die hij dan met zo’n fitnessgordel nog eens extra ondersteunt en accentueert - brede en geblokte armen waar je zeker alert dient te zijn als je het waagt om met hem een potje te gaan armworstelen (niet dat ik dat zou riskeren, in de verste verte niet haha), rood aangelopen en bezweet gelaat waar mijn moederhart instinctief een soort van compassie voelt omdat zijn aders op z’n voorhoofd zo dik gezwollen staan (ocharme), half weggeschoren en trendy kapsel aan de rechterkant en links een krullende, lange bles steeds wegblazend omdat het hem blijkbaar irriteert. Zo zag Daan eruit. Daan deed op zijn eigenste gorilla-moment een intensieve work-out aan zo’n elastiektrektoestel. Ik zag dat hij telkens meer gewicht bijhing. Hoe zwaarder het werd, hoe meer oeh’s en ah’s hij produceerde. Ik bewonderde hem enigszins omdat hij totaal geen schaamtegevoel vertoonde terwijl hij zich waarlijk als een gewond dier gedroeg. Hoe bevrijdend moest dat voelen: je oerinstincten publiekelijk durven uiten. Afzien. Telkens meer, zwaarder, sterker en beter worden. Ik kreeg een déjà vu van mijn eigen bevalling twee decennia geleden toen ik me ook als een oervrouw moet gedragen hebben. Want oer-emoties zijn bovendien toch mooi? Waarachtig en echt. Puur en onversneden ook. En ook al hebben Daan en ik totaal verschillende drijfveren wat betreft sport en bewegen, we vinden er allebei onze redding in op onze eigen manier. Hij tijdterwijl als zijn grenzen nogmaals overschreden worden en hij weer meer spiermassa heeft ontwikkeld en ik vooral achteraf. Thuis onder een heerlijke douche als ik besef dat ik het wederom gepresteerd heb om mijn schema netjes af te werken tijdens het fitnessen en mijn kwaaltjes in verband met het ouder worden een beetje heb uitgesteld. Zolang ik het nog (aan)kan. En dat ik echt wel voel dat de endorfines, dopamines, serotonines en oxytocines oftewel gelukshormonen hun werk doen en mij weer een blije en voldane vrouw, echtgenote, mama, vriendin, collega enz…maken.

Zo zorgt ieder voor zijn of haar lichaam. Een tempel om lief te hebben en te soigneren. Omdat gezondheid misschien wel ons hoogste goed is, niet? Zo is sporten ‘soms’ toch nog plezant en zinvol.

Kus X

 

Claud

 

18 augustus 2019

"Squats zijn zoals het leven: op en neer en op en neer oftewel ups and downs"